Vervoeging van strikken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

strikken
to tie (up a shoelace for example)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)strik
Verleden tijd (ik)strikte
Voltooid deelwoordgestrikt
Volledige vervoeging van het werkwoord strikken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik strik
jij strikt (inversie: strik jij)
u strikt
hij/zij/het strikt
wij strikken
jullie strikken
zij strikken

Verleden tijd

ik strikte
jij strikte
u strikte
hij/zij/het strikte
wij strikten
jullie strikten
zij strikten

Gebiedende wijs

Imperatief

strik

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

strikken

Gerundium

strikken

Onvoltooid deelwoord

strikkend

Voltooid deelwoord

gestrikt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.