to stroke
Tegenwoordige tijd (ik)strijk
Verleden tijd (ik)streek
Voltooid deelwoordgestreken
Volledige vervoeging van het werkwoord strijken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik strijk
jij strijkt (inversie: strijk jij)
u strijkt
hij/zij/het strijkt
wij strijken
jullie strijken
zij strijken
Verleden tijd
ik streek
jij streek
u streek
hij/zij/het streek
wij streken
jullie streken
zij streken
Gebiedende wijs
Imperatief
strijk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
strijken
Gerundium
strijken
Onvoltooid deelwoord
strijkend
Voltooid deelwoord
gestreken
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.