to stretch (to extend one's limbs, particularly to improve the elasticity of one's muscles)
Tegenwoordige tijd (ik)stretch
Verleden tijd (ik)stretchte
Voltooid deelwoordgestretcht
Volledige vervoeging van het werkwoord stretchen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik stretch
jij stretcht (inversie: stretch jij)
u stretcht
hij/zij/het stretcht
wij stretchen
jullie stretchen
zij stretchen
Verleden tijd
ik stretchte
jij stretchte
u stretchte
hij/zij/het stretchte
wij stretchten
jullie stretchten
zij stretchten
Gebiedende wijs
Imperatief
stretch
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
stretchen
Gerundium
stretchen
Onvoltooid deelwoord
stretchend
Voltooid deelwoord
gestretcht
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.