Vervoeging van stotteren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

stotteren
to stutter, to stammer
weak
Tegenwoordige tijd (ik)stotter
Verleden tijd (ik)stotterde
Voltooid deelwoordgestotterd
Volledige vervoeging van het werkwoord stotteren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stotter
jij stottert (inversie: stotter jij)
u stottert
hij/zij/het stottert
wij stotteren
jullie stotteren
zij stotteren

Verleden tijd

ik stotterde
jij stotterde
u stotterde
hij/zij/het stotterde
wij stotterden
jullie stotterden
zij stotterden

Gebiedende wijs

Imperatief

stotter

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

stotteren

Gerundium

stotteren

Onvoltooid deelwoord

stotterend

Voltooid deelwoord

gestotterd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.