Vervoeging van spurten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

spurten
to spurt, to sprint
weak
Tegenwoordige tijd (ik)spurt
Verleden tijd (ik)spurtte
Voltooid deelwoordgespurt
Volledige vervoeging van het werkwoord spurten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik spurt
jij spurt
u spurt
hij/zij/het spurt
wij spurten
jullie spurten
zij spurten

Verleden tijd

ik spurtte
jij spurtte
u spurtte
hij/zij/het spurtte
wij spurtten
jullie spurtten
zij spurtten

Gebiedende wijs

Imperatief

spurt

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

spurten

Gerundium

spurten

Onvoltooid deelwoord

spurtend

Voltooid deelwoord

gespurt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.