Vervoeging van springen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

springen
to jump, to leap
strong
Tegenwoordige tijd (ik)spring
Verleden tijd (ik)sprong
Voltooid deelwoordgesprongen
Volledige vervoeging van het werkwoord springen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik spring
jij springt (inversie: spring jij)
u springt
hij/zij/het springt
wij springen
jullie springen
zij springen

Verleden tijd

ik sprong
jij sprong
u sprong
hij/zij/het sprong
wij sprongen
jullie sprongen
zij sprongen

Gebiedende wijs

Imperatief

spring

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

springen

Gerundium

springen

Onvoltooid deelwoord

springend

Voltooid deelwoord

gesprongen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.