Vervoeging van sprankelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

sprankelen
to sparkle
weak
Tegenwoordige tijd (ik)sprankel
Verleden tijd (ik)sprankelde
Voltooid deelwoordgesprankeld
Volledige vervoeging van het werkwoord sprankelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sprankel
jij sprankelt (inversie: sprankel jij)
u sprankelt
hij/zij/het sprankelt
wij sprankelen
jullie sprankelen
zij sprankelen

Verleden tijd

ik sprankelde
jij sprankelde
u sprankelde
hij/zij/het sprankelde
wij sprankelden
jullie sprankelden
zij sprankelden

Gebiedende wijs

Imperatief

sprankel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

sprankelen

Gerundium

sprankelen

Onvoltooid deelwoord

sprankelend

Voltooid deelwoord

gesprankeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.