Vervoeging van spouwen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « spouwen »: spouwen — to spit · spouwen — to split, cleave
spouwen
to spit
weak
Tegenwoordige tijd (ik)spouw
Verleden tijd (ik)spouwde
Voltooid deelwoordgespouwd
Volledige vervoeging van het werkwoord spouwen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik spouw
jij spouwt (inversie: spouw jij)
u spouwt
hij/zij/het spouwt
wij spouwen
jullie spouwen
zij spouwen

Verleden tijd

ik spouwde
jij spouwde
u spouwde
hij/zij/het spouwde
wij spouwden
jullie spouwden
zij spouwden

Gebiedende wijs

Imperatief

spouw

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

spouwen

Gerundium

spouwen

Onvoltooid deelwoord

spouwend

Voltooid deelwoord

gespouwd
spouwen
to split, cleave
strong weak
Tegenwoordige tijd (ik)spouw
Verleden tijd (ik)spouwde
Voltooid deelwoordgespouwen

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik spouw
jij spouwt (inversie: spouw jij)
u spouwt
hij/zij/het spouwt
wij spouwen
jullie spouwen
zij spouwen

Verleden tijd

ik spouwde
jij spouwde
u spouwde
hij/zij/het spouwde
wij spouwden
jullie spouwden
zij spouwden

Gebiedende wijs

Imperatief

spouw

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

spouwen

Gerundium

spouwen

Onvoltooid deelwoord

spouwend

Voltooid deelwoord

gespouwen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.