Vervoeging van sporten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

sporten
to practice sports in general, to play a sport, to exercise
weak
Tegenwoordige tijd (ik)sport
Verleden tijd (ik)sportte
Voltooid deelwoordgesport
Volledige vervoeging van het werkwoord sporten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sport
jij sport
u sport
hij/zij/het sport
wij sporten
jullie sporten
zij sporten

Verleden tijd

ik sportte
jij sportte
u sportte
hij/zij/het sportte
wij sportten
jullie sportten
zij sportten

Gebiedende wijs

Imperatief

sport

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

sporten

Gerundium

sporten

Onvoltooid deelwoord

sportend

Voltooid deelwoord

gesport

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.