2 verschillende werkwoorden « spinnen »:
spinnen — to spin: make yarn by twisting and windi · spinnen — to purr
to spin: make yarn by twisting and winding fibres together
Tegenwoordige tijd (ik)spin
Verleden tijd (ik)spon
Voltooid deelwoordgesponnen
Volledige vervoeging van het werkwoord spinnen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik spin
jij spint (inversie: spin jij)
u spint
hij/zij/het spint
wij spinnen
jullie spinnen
zij spinnen
Verleden tijd
ik spon
jij spon
u spon
hij/zij/het spon
wij sponnen
jullie sponnen
zij sponnen
Gebiedende wijs
Imperatief
spin
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
spinnen
Gerundium
spinnen
Onvoltooid deelwoord
spinnend
Voltooid deelwoord
gesponnen
to purr
Tegenwoordige tijd (ik)spin
Verleden tijd (ik)spinde
Voltooid deelwoordgespind
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik spin
jij spint (inversie: spin jij)
u spint
hij/zij/het spint
wij spinnen
jullie spinnen
zij spinnen
Verleden tijd
ik spinde
jij spinde
u spinde
hij/zij/het spinde
wij spinden
jullie spinden
zij spinden
Gebiedende wijs
Imperatief
spin
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
spinnen
Gerundium
spinnen
Onvoltooid deelwoord
spinnend
Voltooid deelwoord
gespind
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.