to snore
Tegenwoordige tijd (ik)snurk
Verleden tijd (ik)snurkte
Voltooid deelwoordgesnurkt
Volledige vervoeging van het werkwoord snurken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik snurk
jij snurkt (inversie: snurk jij)
u snurkt
hij/zij/het snurkt
wij snurken
jullie snurken
zij snurken
Verleden tijd
ik snurkte
jij snurkte
u snurkte
hij/zij/het snurkte
wij snurkten
jullie snurkten
zij snurkten
Gebiedende wijs
Imperatief
snurk
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
snurken
Gerundium
snurken
Onvoltooid deelwoord
snurkend
Voltooid deelwoord
gesnurkt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.