Vervoeging van snuiten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

snuiten
to blow one's nose
strong
Tegenwoordige tijd (ik)snuit
Verleden tijd (ik)snoot
Voltooid deelwoordgesnoten
Volledige vervoeging van het werkwoord snuiten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik snuit
jij snuit
u snuit
hij/zij/het snuit
wij snuiten
jullie snuiten
zij snuiten

Verleden tijd

ik snoot
jij snoot
u snoot
hij/zij/het snoot
wij snoten
jullie snoten
zij snoten

Gebiedende wijs

Imperatief

snuit

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

snuiten

Gerundium

snuiten

Onvoltooid deelwoord

snuitend

Voltooid deelwoord

gesnoten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.