Vervoeging van smokkelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

smokkelen
to smuggle, to transport contraband
weak
Tegenwoordige tijd (ik)smokkel
Verleden tijd (ik)smokkelde
Voltooid deelwoordgesmokkeld
Volledige vervoeging van het werkwoord smokkelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik smokkel
jij smokkelt (inversie: smokkel jij)
u smokkelt
hij/zij/het smokkelt
wij smokkelen
jullie smokkelen
zij smokkelen

Verleden tijd

ik smokkelde
jij smokkelde
u smokkelde
hij/zij/het smokkelde
wij smokkelden
jullie smokkelden
zij smokkelden

Gebiedende wijs

Imperatief

smokkel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

smokkelen

Gerundium

smokkelen

Onvoltooid deelwoord

smokkelend

Voltooid deelwoord

gesmokkeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.