to sluice, to manipulate a sluice gate so as to either restrict or allow waterflow
Tegenwoordige tijd (ik)sluis
Verleden tijd (ik)sluisde
Voltooid deelwoordgesluisd
Volledige vervoeging van het werkwoord sluizen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik sluis
jij sluist (inversie: sluis jij)
u sluist
hij/zij/het sluist
wij sluizen
jullie sluizen
zij sluizen
Verleden tijd
ik sluisde
jij sluisde
u sluisde
hij/zij/het sluisde
wij sluisden
jullie sluisden
zij sluisden
Gebiedende wijs
Imperatief
sluis
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
sluizen
Gerundium
sluizen
Onvoltooid deelwoord
sluizend
Voltooid deelwoord
gesluisd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.