Vervoeging van sleutelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

sleutelen
to tinker, to fix
weak
Tegenwoordige tijd (ik)sleutel
Verleden tijd (ik)sleutelde
Voltooid deelwoordgesleuteld
Volledige vervoeging van het werkwoord sleutelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sleutel
jij sleutelt (inversie: sleutel jij)
u sleutelt
hij/zij/het sleutelt
wij sleutelen
jullie sleutelen
zij sleutelen

Verleden tijd

ik sleutelde
jij sleutelde
u sleutelde
hij/zij/het sleutelde
wij sleutelden
jullie sleutelden
zij sleutelden

Gebiedende wijs

Imperatief

sleutel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

sleutelen

Gerundium

sleutelen

Onvoltooid deelwoord

sleutelend

Voltooid deelwoord

gesleuteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.