Vervoeging van slapen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

slapen
to sleep
strong
Tegenwoordige tijd (ik)slaap
Verleden tijd (ik)sliep
Voltooid deelwoordgeslapen
Volledige vervoeging van het werkwoord slapen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik slaap
jij slaapt (inversie: slaap jij)
u slaapt
hij/zij/het slaapt
wij slapen
jullie slapen
zij slapen

Verleden tijd

ik sliep
jij sliep
u sliep
hij/zij/het sliep
wij sliepen
jullie sliepen
zij sliepen

Gebiedende wijs

Imperatief

slaap

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

slapen

Gerundium

slapen

Onvoltooid deelwoord

slapend

Voltooid deelwoord

geslapen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.