Vervoeging van skiën

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

skiën
to ski (to move on skis)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)ski
Verleden tijd (ik)skiede
Voltooid deelwoordgeskied
Volledige vervoeging van het werkwoord skiën: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ski
jij skiet (inversie: ski jij)
u skiet
hij/zij/het skiet
wij skiën
jullie skiën
zij skiën

Verleden tijd

ik skiede
jij skiede
u skiede
hij/zij/het skiede
wij skieden
jullie skieden
zij skieden

Gebiedende wijs

Imperatief

ski

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

skiën

Gerundium

skiën

Onvoltooid deelwoord

skiënd

Voltooid deelwoord

geskied

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.