Vervoeging van sjoenkelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

sjoenkelen
to sway left and right to the rhythm of a song, usually while linking arms with the persons sitting or standing next to one
weak
Tegenwoordige tijd (ik)sjoenkel
Verleden tijd (ik)sjoenkelde
Voltooid deelwoordgesjoenkeld
Volledige vervoeging van het werkwoord sjoenkelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sjoenkel
jij sjoenkelt (inversie: sjoenkel jij)
u sjoenkelt
hij/zij/het sjoenkelt
wij sjoenkelen
jullie sjoenkelen
zij sjoenkelen

Verleden tijd

ik sjoenkelde
jij sjoenkelde
u sjoenkelde
hij/zij/het sjoenkelde
wij sjoenkelden
jullie sjoenkelden
zij sjoenkelden

Gebiedende wijs

Imperatief

sjoenkel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

sjoenkelen

Gerundium

sjoenkelen

Onvoltooid deelwoord

sjoenkelend

Voltooid deelwoord

gesjoenkeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.