Vervoeging van situeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

situeren
to situate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)situeer
Verleden tijd (ik)situeerde
Voltooid deelwoordgesitueerd
Volledige vervoeging van het werkwoord situeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik situeer
jij situeert (inversie: situeer jij)
u situeert
hij/zij/het situeert
wij situeren
jullie situeren
zij situeren

Verleden tijd

ik situeerde
jij situeerde
u situeerde
hij/zij/het situeerde
wij situeerden
jullie situeerden
zij situeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

situeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

situeren

Gerundium

situeren

Onvoltooid deelwoord

situerend

Voltooid deelwoord

gesitueerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.