Vervoeging van sijpelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

sijpelen
to trickle, to seep
weak
Tegenwoordige tijd (ik)sijpel
Verleden tijd (ik)sijpelde
Voltooid deelwoordgesijpeld
Volledige vervoeging van het werkwoord sijpelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sijpel
jij sijpelt (inversie: sijpel jij)
u sijpelt
hij/zij/het sijpelt
wij sijpelen
jullie sijpelen
zij sijpelen

Verleden tijd

ik sijpelde
jij sijpelde
u sijpelde
hij/zij/het sijpelde
wij sijpelden
jullie sijpelden
zij sijpelden

Gebiedende wijs

Imperatief

sijpel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

sijpelen

Gerundium

sijpelen

Onvoltooid deelwoord

sijpelend

Voltooid deelwoord

gesijpeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.