to grate, rub, scour, chafe
Andere betekenissen: to bring in, notably a crop to the barn
Tegenwoordige tijd (ik)schuur
Verleden tijd (ik)schuurde
Voltooid deelwoordgeschuurd
Volledige vervoeging van het werkwoord schuren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik schuur
jij schuurt (inversie: schuur jij)
u schuurt
hij/zij/het schuurt
wij schuren
jullie schuren
zij schuren
Verleden tijd
ik schuurde
jij schuurde
u schuurde
hij/zij/het schuurde
wij schuurden
jullie schuurden
zij schuurden
Gebiedende wijs
Imperatief
schuur
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
schuren
Gerundium
schuren
Onvoltooid deelwoord
schurend
Voltooid deelwoord
geschuurd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.