Vervoeging van schrikken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

schrikken
to be startled, to get a scare
strong
Tegenwoordige tijd (ik)schrik
Verleden tijd (ik)schrok
Voltooid deelwoordgeschrokken
Volledige vervoeging van het werkwoord schrikken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schrik
jij schrikt (inversie: schrik jij)
u schrikt
hij/zij/het schrikt
wij schrikken
jullie schrikken
zij schrikken

Verleden tijd

ik schrok
jij schrok
u schrok
hij/zij/het schrok
wij schrokken
jullie schrokken
zij schrokken

Gebiedende wijs

Imperatief

schrik

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

schrikken

Gerundium

schrikken

Onvoltooid deelwoord

schrikkend

Voltooid deelwoord

geschrokken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.