Vervoeging van schoonwassen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

schoonwassen
to clean with a whitening agent such as bleach
separable strong weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)was schoon
Verleden tijd (ik)waste schoon
Voltooid deelwoordschoongewassen
Volledige vervoeging van het werkwoord schoonwassen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik was schoon
jij wast schoon (inversie: was schoon jij)
u wast schoon
hij/zij/het wast schoon
wij wassen schoon
jullie wassen schoon
zij wassen schoon

Verleden tijd

ik waste schoon
jij waste schoon
u waste schoon
hij/zij/het waste schoon
wij wasten schoon
jullie wasten schoon
zij wasten schoon

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik schoonwas
(dat) jij schoonwast
(dat) u schoonwast
(dat) hij/zij/het schoonwast
(dat) wij schoonwassen
(dat) jullie schoonwassen
(dat) zij schoonwassen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik schoonwaste
(dat) jij schoonwaste
(dat) u schoonwaste
(dat) hij/zij/het schoonwaste
(dat) wij schoonwasten
(dat) jullie schoonwasten
(dat) zij schoonwasten

Gebiedende wijs

Imperatief

was schoon

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

schoonwassen

Gerundium

schoonwassen

Onvoltooid deelwoord

schoonwassend

Voltooid deelwoord

schoongewassen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.