to travel around in freedom without a plan or profession, to wander
Tegenwoordige tijd (ik)schooi
Verleden tijd (ik)schooide
Voltooid deelwoordgeschooid
Volledige vervoeging van het werkwoord schooien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik schooi
jij schooit (inversie: schooi jij)
u schooit
hij/zij/het schooit
wij schooien
jullie schooien
zij schooien
Verleden tijd
ik schooide
jij schooide
u schooide
hij/zij/het schooide
wij schooiden
jullie schooiden
zij schooiden
Gebiedende wijs
Imperatief
schooi
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
schooien
Gerundium
schooien
Onvoltooid deelwoord
schooiend
Voltooid deelwoord
geschooid
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.