Vervoeging van schoeien

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

schoeien
to shoe
weak
Tegenwoordige tijd (ik)schoei
Verleden tijd (ik)schoeide
Voltooid deelwoordgeschoeid
Volledige vervoeging van het werkwoord schoeien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schoei
jij schoeit (inversie: schoei jij)
u schoeit
hij/zij/het schoeit
wij schoeien
jullie schoeien
zij schoeien

Verleden tijd

ik schoeide
jij schoeide
u schoeide
hij/zij/het schoeide
wij schoeiden
jullie schoeiden
zij schoeiden

Gebiedende wijs

Imperatief

schoei

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

schoeien

Gerundium

schoeien

Onvoltooid deelwoord

schoeiend

Voltooid deelwoord

geschoeid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.