Vervoeging van schnabbelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

schnabbelen
to do work as a gig or a side job
weak
Tegenwoordige tijd (ik)schnabbel
Verleden tijd (ik)schnabbelde
Voltooid deelwoordgeschnabbeld
Volledige vervoeging van het werkwoord schnabbelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schnabbel
jij schnabbelt (inversie: schnabbel jij)
u schnabbelt
hij/zij/het schnabbelt
wij schnabbelen
jullie schnabbelen
zij schnabbelen

Verleden tijd

ik schnabbelde
jij schnabbelde
u schnabbelde
hij/zij/het schnabbelde
wij schnabbelden
jullie schnabbelden
zij schnabbelden

Gebiedende wijs

Imperatief

schnabbel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

schnabbelen

Gerundium

schnabbelen

Onvoltooid deelwoord

schnabbelend

Voltooid deelwoord

geschnabbeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.