to shine
Tegenwoordige tijd (ik)schijn
Verleden tijd (ik)scheen
Voltooid deelwoordgeschenen
Volledige vervoeging van het werkwoord schijnen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik schijn
jij schijnt (inversie: schijn jij)
u schijnt
hij/zij/het schijnt
wij schijnen
jullie schijnen
zij schijnen
Verleden tijd
ik scheen
jij scheen
u scheen
hij/zij/het scheen
wij schenen
jullie schenen
zij schenen
Gebiedende wijs
Imperatief
schijn
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
schijnen
Gerundium
schijnen
Onvoltooid deelwoord
schijnend
Voltooid deelwoord
geschenen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.