Vervoeging van schieten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

schieten
to shoot, fire
strong
Tegenwoordige tijd (ik)schiet
Verleden tijd (ik)schoot
Voltooid deelwoordgeschoten
Volledige vervoeging van het werkwoord schieten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schiet
jij schiet
u schiet
hij/zij/het schiet
wij schieten
jullie schieten
zij schieten

Verleden tijd

ik schoot
jij schoot
u schoot
hij/zij/het schoot
wij schoten
jullie schoten
zij schoten

Gebiedende wijs

Imperatief

schiet

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

schieten

Gerundium

schieten

Onvoltooid deelwoord

schietend

Voltooid deelwoord

geschoten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.