Vervoeging van scheren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « scheren »: scheren — to shave (reflexive pronouns are used fo · scheren — to skim, fleet; to go over something rea
scheren
to shave (reflexive pronouns are used for self-directed actions)
Andere betekenissen: to order, arrange, prepare
strong
Tegenwoordige tijd (ik)scheer
Verleden tijd (ik)schoor
Voltooid deelwoordgeschoren
Volledige vervoeging van het werkwoord scheren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik scheer
jij scheert (inversie: scheer jij)
u scheert
hij/zij/het scheert
wij scheren
jullie scheren
zij scheren

Verleden tijd

ik schoor
jij schoor
u schoor
hij/zij/het schoor
wij schoren
jullie schoren
zij schoren

Gebiedende wijs

Imperatief

scheer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

scheren

Gerundium

scheren

Onvoltooid deelwoord

scherend

Voltooid deelwoord

geschoren
scheren
to skim, fleet; to go over something really quickly
weak
Tegenwoordige tijd (ik)scheer
Verleden tijd (ik)scheerde
Voltooid deelwoordgescheerd

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik scheer
jij scheert (inversie: scheer jij)
u scheert
hij/zij/het scheert
wij scheren
jullie scheren
zij scheren

Verleden tijd

ik scheerde
jij scheerde
u scheerde
hij/zij/het scheerde
wij scheerden
jullie scheerden
zij scheerden

Gebiedende wijs

Imperatief

scheer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

scheren

Gerundium

scheren

Onvoltooid deelwoord

scherend

Voltooid deelwoord

gescheerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.