Vervoeging van scheppen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « scheppen »: scheppen — to create · scheppen — to scoop (up), to shovel (away)
scheppen
to create
present strong
Tegenwoordige tijd (ik)schep
Verleden tijd (ik)schiep
Voltooid deelwoordgeschapen
Volledige vervoeging van het werkwoord scheppen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schep
jij schept (inversie: schep jij)
u schept
hij/zij/het schept
wij scheppen
jullie scheppen
zij scheppen

Verleden tijd

ik schiep
jij schiep
u schiep
hij/zij/het schiep
wij schiepen
jullie schiepen
zij schiepen

Gebiedende wijs

Imperatief

schep

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

scheppen

Gerundium

scheppen

Onvoltooid deelwoord

scheppend

Voltooid deelwoord

geschapen
scheppen
to scoop (up), to shovel (away)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)schep
Verleden tijd (ik)schepte
Voltooid deelwoordgeschept

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schep
jij schept (inversie: schep jij)
u schept
hij/zij/het schept
wij scheppen
jullie scheppen
zij scheppen

Verleden tijd

ik schepte
jij schepte
u schepte
hij/zij/het schepte
wij schepten
jullie schepten
zij schepten

Gebiedende wijs

Imperatief

schep

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

scheppen

Gerundium

scheppen

Onvoltooid deelwoord

scheppend

Voltooid deelwoord

geschept

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.