2 verschillende werkwoorden « scheppen »:
scheppen — to create · scheppen — to scoop (up), to shovel (away)
to create
Tegenwoordige tijd (ik)schep
Verleden tijd (ik)schiep
Voltooid deelwoordgeschapen
Volledige vervoeging van het werkwoord scheppen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik schep
jij schept (inversie: schep jij)
u schept
hij/zij/het schept
wij scheppen
jullie scheppen
zij scheppen
Verleden tijd
ik schiep
jij schiep
u schiep
hij/zij/het schiep
wij schiepen
jullie schiepen
zij schiepen
Gebiedende wijs
Imperatief
schep
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
scheppen
Gerundium
scheppen
Onvoltooid deelwoord
scheppend
Voltooid deelwoord
geschapen
to scoop (up), to shovel (away)
Tegenwoordige tijd (ik)schep
Verleden tijd (ik)schepte
Voltooid deelwoordgeschept
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik schep
jij schept (inversie: schep jij)
u schept
hij/zij/het schept
wij scheppen
jullie scheppen
zij scheppen
Verleden tijd
ik schepte
jij schepte
u schepte
hij/zij/het schepte
wij schepten
jullie schepten
zij schepten
Gebiedende wijs
Imperatief
schep
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
scheppen
Gerundium
scheppen
Onvoltooid deelwoord
scheppend
Voltooid deelwoord
geschept
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.