to be dusky, to be in twilight
Tegenwoordige tijd (ik)schemer
Verleden tijd (ik)schemerde
Voltooid deelwoordgeschemerd
Volledige vervoeging van het werkwoord schemeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik schemer
jij schemert (inversie: schemer jij)
u schemert
hij/zij/het schemert
wij schemeren
jullie schemeren
zij schemeren
Verleden tijd
ik schemerde
jij schemerde
u schemerde
hij/zij/het schemerde
wij schemerden
jullie schemerden
zij schemerden
Gebiedende wijs
Imperatief
schemer
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
schemeren
Gerundium
schemeren
Onvoltooid deelwoord
schemerend
Voltooid deelwoord
geschemerd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.