to continue to live in social housing after improving one's financial situation to a level beyond eligibility for social housing
Tegenwoordige tijd (ik)woon scheef
Verleden tijd (ik)woonde scheef
Voltooid deelwoordscheefgewoond
Volledige vervoeging van het werkwoord scheefwonen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik woon scheef
jij woont scheef (inversie: woon scheef jij)
u woont scheef
hij/zij/het woont scheef
wij wonen scheef
jullie wonen scheef
zij wonen scheef
Verleden tijd
ik woonde scheef
jij woonde scheef
u woonde scheef
hij/zij/het woonde scheef
wij woonden scheef
jullie woonden scheef
zij woonden scheef
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik scheefwoon
(dat) jij scheefwoont
(dat) u scheefwoont
(dat) hij/zij/het scheefwoont
(dat) wij scheefwonen
(dat) jullie scheefwonen
(dat) zij scheefwonen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik scheefwoonde
(dat) jij scheefwoonde
(dat) u scheefwoonde
(dat) hij/zij/het scheefwoonde
(dat) wij scheefwoonden
(dat) jullie scheefwoonden
(dat) zij scheefwoonden
Gebiedende wijs
Imperatief
woon scheef
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
scheefwonen
Gerundium
scheefwonen
Onvoltooid deelwoord
scheefwonend
Voltooid deelwoord
scheefgewoond
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.