Vervoeging van schalen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

schalen
to scale, to scale up
weak
Tegenwoordige tijd (ik)schaal
Verleden tijd (ik)schaalde
Voltooid deelwoordgeschaald
Volledige vervoeging van het werkwoord schalen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schaal
jij schaalt (inversie: schaal jij)
u schaalt
hij/zij/het schaalt
wij schalen
jullie schalen
zij schalen

Verleden tijd

ik schaalde
jij schaalde
u schaalde
hij/zij/het schaalde
wij schaalden
jullie schaalden
zij schaalden

Gebiedende wijs

Imperatief

schaal

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

schalen

Gerundium

schalen

Onvoltooid deelwoord

schalend

Voltooid deelwoord

geschaald

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.