to play chess
Andere betekenissen: to kidnap, to ravish
Tegenwoordige tijd (ik)schaak
Verleden tijd (ik)schaakte
Voltooid deelwoordgeschaakt
Volledige vervoeging van het werkwoord schaken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik schaak
jij schaakt (inversie: schaak jij)
u schaakt
hij/zij/het schaakt
wij schaken
jullie schaken
zij schaken
Verleden tijd
ik schaakte
jij schaakte
u schaakte
hij/zij/het schaakte
wij schaakten
jullie schaakten
zij schaakten
Gebiedende wijs
Imperatief
schaak
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
schaken
Gerundium
schaken
Onvoltooid deelwoord
schakend
Voltooid deelwoord
geschaakt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.