Vervoeging van samenzweren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

samenzweren
to conspire, plot
present separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zweer samen
Verleden tijd (ik)zwoer samen
Voltooid deelwoordsamengezworen
Volledige vervoeging van het werkwoord samenzweren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zweer samen
jij zweert samen (inversie: zweer samen jij)
u zweert samen
hij/zij/het zweert samen
wij zweren samen
jullie zweren samen
zij zweren samen

Verleden tijd

ik zwoer samen
jij zwoer samen
u zwoer samen
hij/zij/het zwoer samen
wij zwoeren samen
jullie zwoeren samen
zij zwoeren samen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik samenzweer
(dat) jij samenzweert
(dat) u samenzweert
(dat) hij/zij/het samenzweert
(dat) wij samenzweren
(dat) jullie samenzweren
(dat) zij samenzweren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik samenzwoer
(dat) jij samenzwoer
(dat) u samenzwoer
(dat) hij/zij/het samenzwoer
(dat) wij samenzwoeren
(dat) jullie samenzwoeren
(dat) zij samenzwoeren

Gebiedende wijs

Imperatief

zweer samen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

samenzweren

Gerundium

samenzweren

Onvoltooid deelwoord

samenzwerend

Voltooid deelwoord

samengezworen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.