to conspire, plot
Tegenwoordige tijd (ik)zweer samen
Verleden tijd (ik)zwoer samen
Voltooid deelwoordsamengezworen
Volledige vervoeging van het werkwoord samenzweren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zweer samen
jij zweert samen (inversie: zweer samen jij)
u zweert samen
hij/zij/het zweert samen
wij zweren samen
jullie zweren samen
zij zweren samen
Verleden tijd
ik zwoer samen
jij zwoer samen
u zwoer samen
hij/zij/het zwoer samen
wij zwoeren samen
jullie zwoeren samen
zij zwoeren samen
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik samenzweer
(dat) jij samenzweert
(dat) u samenzweert
(dat) hij/zij/het samenzweert
(dat) wij samenzweren
(dat) jullie samenzweren
(dat) zij samenzweren
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik samenzwoer
(dat) jij samenzwoer
(dat) u samenzwoer
(dat) hij/zij/het samenzwoer
(dat) wij samenzwoeren
(dat) jullie samenzwoeren
(dat) zij samenzwoeren
Gebiedende wijs
Imperatief
zweer samen
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
samenzweren
Gerundium
samenzweren
Onvoltooid deelwoord
samenzwerend
Voltooid deelwoord
samengezworen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.