Vervoeging van samenvallen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

samenvallen
to coincide
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)val samen
Verleden tijd (ik)viel samen
Voltooid deelwoordsamengevallen
Volledige vervoeging van het werkwoord samenvallen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik val samen
jij valt samen (inversie: val samen jij)
u valt samen
hij/zij/het valt samen
wij vallen samen
jullie vallen samen
zij vallen samen

Verleden tijd

ik viel samen
jij viel samen
u viel samen
hij/zij/het viel samen
wij vielen samen
jullie vielen samen
zij vielen samen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik samenval
(dat) jij samenvalt
(dat) u samenvalt
(dat) hij/zij/het samenvalt
(dat) wij samenvallen
(dat) jullie samenvallen
(dat) zij samenvallen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik samenviel
(dat) jij samenviel
(dat) u samenviel
(dat) hij/zij/het samenviel
(dat) wij samenvielen
(dat) jullie samenvielen
(dat) zij samenvielen

Gebiedende wijs

Imperatief

val samen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

samenvallen

Gerundium

samenvallen

Onvoltooid deelwoord

samenvallend

Voltooid deelwoord

samengevallen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.