Vervoeging van samentrekken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

samentrekken
to shrivel up
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)trek samen
Verleden tijd (ik)trok samen
Voltooid deelwoordsamengetrokken
Volledige vervoeging van het werkwoord samentrekken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik trek samen
jij trekt samen (inversie: trek samen jij)
u trekt samen
hij/zij/het trekt samen
wij trekken samen
jullie trekken samen
zij trekken samen

Verleden tijd

ik trok samen
jij trok samen
u trok samen
hij/zij/het trok samen
wij trokken samen
jullie trokken samen
zij trokken samen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik samentrek
(dat) jij samentrekt
(dat) u samentrekt
(dat) hij/zij/het samentrekt
(dat) wij samentrekken
(dat) jullie samentrekken
(dat) zij samentrekken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik samentrok
(dat) jij samentrok
(dat) u samentrok
(dat) hij/zij/het samentrok
(dat) wij samentrokken
(dat) jullie samentrokken
(dat) zij samentrokken

Gebiedende wijs

Imperatief

trek samen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

samentrekken

Gerundium

samentrekken

Onvoltooid deelwoord

samentrekkend

Voltooid deelwoord

samengetrokken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.