to flow in a convergent direction
Tegenwoordige tijd (ik)stroom samen
Verleden tijd (ik)stroomde samen
Voltooid deelwoordsamengestroomd
Volledige vervoeging van het werkwoord samenstromen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik stroom samen
jij stroomt samen (inversie: stroom samen jij)
u stroomt samen
hij/zij/het stroomt samen
wij stromen samen
jullie stromen samen
zij stromen samen
Verleden tijd
ik stroomde samen
jij stroomde samen
u stroomde samen
hij/zij/het stroomde samen
wij stroomden samen
jullie stroomden samen
zij stroomden samen
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik samenstroom
(dat) jij samenstroomt
(dat) u samenstroomt
(dat) hij/zij/het samenstroomt
(dat) wij samenstromen
(dat) jullie samenstromen
(dat) zij samenstromen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik samenstroomde
(dat) jij samenstroomde
(dat) u samenstroomde
(dat) hij/zij/het samenstroomde
(dat) wij samenstroomden
(dat) jullie samenstroomden
(dat) zij samenstroomden
Gebiedende wijs
Imperatief
stroom samen
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
samenstromen
Gerundium
samenstromen
Onvoltooid deelwoord
samenstromend
Voltooid deelwoord
samengestroomd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.