Vervoeging van samenstellen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

samenstellen
to compose, to make up, to form
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stel samen
Verleden tijd (ik)stelde samen
Voltooid deelwoordsamengesteld
Volledige vervoeging van het werkwoord samenstellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stel samen
jij stelt samen (inversie: stel samen jij)
u stelt samen
hij/zij/het stelt samen
wij stellen samen
jullie stellen samen
zij stellen samen

Verleden tijd

ik stelde samen
jij stelde samen
u stelde samen
hij/zij/het stelde samen
wij stelden samen
jullie stelden samen
zij stelden samen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik samenstel
(dat) jij samenstelt
(dat) u samenstelt
(dat) hij/zij/het samenstelt
(dat) wij samenstellen
(dat) jullie samenstellen
(dat) zij samenstellen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik samenstelde
(dat) jij samenstelde
(dat) u samenstelde
(dat) hij/zij/het samenstelde
(dat) wij samenstelden
(dat) jullie samenstelden
(dat) zij samenstelden

Gebiedende wijs

Imperatief

stel samen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

samenstellen

Gerundium

samenstellen

Onvoltooid deelwoord

samenstellend

Voltooid deelwoord

samengesteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.