Vervoeging van samenspannen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

samenspannen
to conspire [with tegen ‘against’]
separable strong weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)span samen
Verleden tijd (ik)spande samen
Voltooid deelwoordsamengespannen
Volledige vervoeging van het werkwoord samenspannen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik span samen
jij spant samen (inversie: span samen jij)
u spant samen
hij/zij/het spant samen
wij spannen samen
jullie spannen samen
zij spannen samen

Verleden tijd

ik spande samen
jij spande samen
u spande samen
hij/zij/het spande samen
wij spanden samen
jullie spanden samen
zij spanden samen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik samenspan
(dat) jij samenspant
(dat) u samenspant
(dat) hij/zij/het samenspant
(dat) wij samenspannen
(dat) jullie samenspannen
(dat) zij samenspannen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik samenspande
(dat) jij samenspande
(dat) u samenspande
(dat) hij/zij/het samenspande
(dat) wij samenspanden
(dat) jullie samenspanden
(dat) zij samenspanden

Gebiedende wijs

Imperatief

span samen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

samenspannen

Gerundium

samenspannen

Onvoltooid deelwoord

samenspannend

Voltooid deelwoord

samengespannen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.