to amalgamate (melt/blend together)
Tegenwoordige tijd (ik)smelt samen
Verleden tijd (ik)smolt samen
Voltooid deelwoordsamengesmolten
Volledige vervoeging van het werkwoord samensmelten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik smelt samen
jij smelt samen
u smelt samen
hij/zij/het smelt samen
wij smelten samen
jullie smelten samen
zij smelten samen
Verleden tijd
ik smolt samen
jij smolt samen
u smolt samen
hij/zij/het smolt samen
wij smolten samen
jullie smolten samen
zij smolten samen
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik samensmelt
(dat) jij samensmelt
(dat) u samensmelt
(dat) hij/zij/het samensmelt
(dat) wij samensmelten
(dat) jullie samensmelten
(dat) zij samensmelten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik samensmolt
(dat) jij samensmolt
(dat) u samensmolt
(dat) hij/zij/het samensmolt
(dat) wij samensmolten
(dat) jullie samensmolten
(dat) zij samensmolten
Gebiedende wijs
Imperatief
smelt samen
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
samensmelten
Gerundium
samensmelten
Onvoltooid deelwoord
samensmeltend
Voltooid deelwoord
samengesmolten
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.