Vervoeging van samenscholen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

samenscholen
to gather, to assemble, to join up, usually in public
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)school samen
Verleden tijd (ik)schoolde samen
Voltooid deelwoordsamengeschoold
Volledige vervoeging van het werkwoord samenscholen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik school samen
jij schoolt samen (inversie: school samen jij)
u schoolt samen
hij/zij/het schoolt samen
wij scholen samen
jullie scholen samen
zij scholen samen

Verleden tijd

ik schoolde samen
jij schoolde samen
u schoolde samen
hij/zij/het schoolde samen
wij schoolden samen
jullie schoolden samen
zij schoolden samen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik samenschool
(dat) jij samenschoolt
(dat) u samenschoolt
(dat) hij/zij/het samenschoolt
(dat) wij samenscholen
(dat) jullie samenscholen
(dat) zij samenscholen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik samenschoolde
(dat) jij samenschoolde
(dat) u samenschoolde
(dat) hij/zij/het samenschoolde
(dat) wij samenschoolden
(dat) jullie samenschoolden
(dat) zij samenschoolden

Gebiedende wijs

Imperatief

school samen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

samenscholen

Gerundium

samenscholen

Onvoltooid deelwoord

samenscholend

Voltooid deelwoord

samengeschoold

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.