Vervoeging van samenleven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

samenleven
to live together as partners or a family
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)leef samen
Verleden tijd (ik)leefde samen
Voltooid deelwoordsamengeleefd
Volledige vervoeging van het werkwoord samenleven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik leef samen
jij leeft samen (inversie: leef samen jij)
u leeft samen
hij/zij/het leeft samen
wij leven samen
jullie leven samen
zij leven samen

Verleden tijd

ik leefde samen
jij leefde samen
u leefde samen
hij/zij/het leefde samen
wij leefden samen
jullie leefden samen
zij leefden samen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik samenleef
(dat) jij samenleeft
(dat) u samenleeft
(dat) hij/zij/het samenleeft
(dat) wij samenleven
(dat) jullie samenleven
(dat) zij samenleven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik samenleefde
(dat) jij samenleefde
(dat) u samenleefde
(dat) hij/zij/het samenleefde
(dat) wij samenleefden
(dat) jullie samenleefden
(dat) zij samenleefden

Gebiedende wijs

Imperatief

leef samen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

samenleven

Gerundium

samenleven

Onvoltooid deelwoord

samenlevend

Voltooid deelwoord

samengeleefd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.