Vervoeging van samenklonteren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

samenklonteren
to clump together
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)klonter samen
Verleden tijd (ik)klonterde samen
Voltooid deelwoordsamengeklonterd
Volledige vervoeging van het werkwoord samenklonteren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik klonter samen
jij klontert samen (inversie: klonter samen jij)
u klontert samen
hij/zij/het klontert samen
wij klonteren samen
jullie klonteren samen
zij klonteren samen

Verleden tijd

ik klonterde samen
jij klonterde samen
u klonterde samen
hij/zij/het klonterde samen
wij klonterden samen
jullie klonterden samen
zij klonterden samen

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik samenklonter
(dat) jij samenklontert
(dat) u samenklontert
(dat) hij/zij/het samenklontert
(dat) wij samenklonteren
(dat) jullie samenklonteren
(dat) zij samenklonteren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik samenklonterde
(dat) jij samenklonterde
(dat) u samenklonterde
(dat) hij/zij/het samenklonterde
(dat) wij samenklonterden
(dat) jullie samenklonterden
(dat) zij samenklonterden

Gebiedende wijs

Imperatief

klonter samen

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

samenklonteren

Gerundium

samenklonteren

Onvoltooid deelwoord

samenklonterend

Voltooid deelwoord

samengeklonterd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.