Vervoeging van sabbelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

sabbelen
to suck, suckle
weak
Tegenwoordige tijd (ik)sabbel
Verleden tijd (ik)sabbelde
Voltooid deelwoordgesabbeld
Volledige vervoeging van het werkwoord sabbelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sabbel
jij sabbelt (inversie: sabbel jij)
u sabbelt
hij/zij/het sabbelt
wij sabbelen
jullie sabbelen
zij sabbelen

Verleden tijd

ik sabbelde
jij sabbelde
u sabbelde
hij/zij/het sabbelde
wij sabbelden
jullie sabbelden
zij sabbelden

Gebiedende wijs

Imperatief

sabbel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

sabbelen

Gerundium

sabbelen

Onvoltooid deelwoord

sabbelend

Voltooid deelwoord

gesabbeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.