to rustle (e.g. of leaves)
Tegenwoordige tijd (ik)ruis
Verleden tijd (ik)ruiste
Voltooid deelwoordgeruist
Volledige vervoeging van het werkwoord ruisen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ruis
jij ruist (inversie: ruis jij)
u ruist
hij/zij/het ruist
wij ruisen
jullie ruisen
zij ruisen
Verleden tijd
ik ruiste
jij ruiste
u ruiste
hij/zij/het ruiste
wij ruisten
jullie ruisten
zij ruisten
Gebiedende wijs
Imperatief
ruis
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
ruisen
Gerundium
ruisen
Onvoltooid deelwoord
ruisend
Voltooid deelwoord
geruist
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.