to smell (i.e. to perceive a smell)
Tegenwoordige tijd (ik)ruik
Verleden tijd (ik)rook
Voltooid deelwoordgeroken
Volledige vervoeging van het werkwoord ruiken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ruik
jij ruikt (inversie: ruik jij)
u ruikt
hij/zij/het ruikt
wij ruiken
jullie ruiken
zij ruiken
Verleden tijd
ik rook
jij rook
u rook
hij/zij/het rook
wij roken
jullie roken
zij roken
Gebiedende wijs
Imperatief
ruik
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
ruiken
Gerundium
ruiken
Onvoltooid deelwoord
ruikend
Voltooid deelwoord
geroken
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.