to divide into sections; to bring under headings; to classify into different subjects
Tegenwoordige tijd (ik)rubriceer
Verleden tijd (ik)rubriceerde
Voltooid deelwoordgerubriceerd
Volledige vervoeging van het werkwoord rubriceren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik rubriceer
jij rubriceert (inversie: rubriceer jij)
u rubriceert
hij/zij/het rubriceert
wij rubriceren
jullie rubriceren
zij rubriceren
Verleden tijd
ik rubriceerde
jij rubriceerde
u rubriceerde
hij/zij/het rubriceerde
wij rubriceerden
jullie rubriceerden
zij rubriceerden
Gebiedende wijs
Imperatief
rubriceer
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
rubriceren
Gerundium
rubriceren
Onvoltooid deelwoord
rubricerend
Voltooid deelwoord
gerubriceerd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.