Vervoeging van rouwen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

rouwen
to mourn, to grieve
weak
Tegenwoordige tijd (ik)rouw
Verleden tijd (ik)rouwde
Voltooid deelwoordgerouwd
Volledige vervoeging van het werkwoord rouwen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik rouw
jij rouwt (inversie: rouw jij)
u rouwt
hij/zij/het rouwt
wij rouwen
jullie rouwen
zij rouwen

Verleden tijd

ik rouwde
jij rouwde
u rouwde
hij/zij/het rouwde
wij rouwden
jullie rouwden
zij rouwden

Gebiedende wijs

Imperatief

rouw

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

rouwen

Gerundium

rouwen

Onvoltooid deelwoord

rouwend

Voltooid deelwoord

gerouwd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.