to stroll, to wander around
Tegenwoordige tijd (ik)slenter rond
Verleden tijd (ik)slenterde rond
Voltooid deelwoordrondgeslenterd
Volledige vervoeging van het werkwoord rondslenteren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik slenter rond
jij slentert rond (inversie: slenter rond jij)
u slentert rond
hij/zij/het slentert rond
wij slenteren rond
jullie slenteren rond
zij slenteren rond
Verleden tijd
ik slenterde rond
jij slenterde rond
u slenterde rond
hij/zij/het slenterde rond
wij slenterden rond
jullie slenterden rond
zij slenterden rond
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik rondslenter
(dat) jij rondslentert
(dat) u rondslentert
(dat) hij/zij/het rondslentert
(dat) wij rondslenteren
(dat) jullie rondslenteren
(dat) zij rondslenteren
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik rondslenterde
(dat) jij rondslenterde
(dat) u rondslenterde
(dat) hij/zij/het rondslenterde
(dat) wij rondslenterden
(dat) jullie rondslenterden
(dat) zij rondslenterden
Gebiedende wijs
Imperatief
slenter rond
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
rondslenteren
Gerundium
rondslenteren
Onvoltooid deelwoord
rondslenterend
Voltooid deelwoord
rondgeslenterd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.